“Een mobiele telefoon leek me wel voldoende”

01/11/2017

Het besluit om een personenalarm te nemen, wordt vaak genomen na een vervelende gebeurtenis. Onze monteurs komen dagelijks bij klanten over de vloer en horen het verhaal achter de aanvraag. Dat maakt altijd weer indruk.   

Klaas Pieters (73) woont al zijn hele leven in hetzelfde dorp. Tijdens zijn werkzame leven had hij een schildersbedrijf, inmiddels geniet hij van zijn pensioen. Veel van zijn tijd besteedt hij aan zijn grote liefde: voetbal. Hij werkt als vrijwilliger bij de club waar hij in vroegere jaren zelf speelde en training gaf aan de pupillen.

Sinds zijn echtscheiding, alweer 25 jaar geleden, woont Klaas alleen. Van zijn drie kinderen wonen er twee bij hem in het dorp. Ook zijn ex-vrouw woont daar nog. Ze hebben gelukkig een goed contact.

“Mijn oudste dochter werkt in de thuiszorg. Ze maakt het regelmatig mee dat iemand thuis hulp nodig heeft. Mede daarom drong ze er al een tijdje bij mij op aan dat ik een personenalarm zou nemen. Onzin vond ik dat, waarom zou ik? Ik ben gezond en fit, heb een mobiele telefoon. Als er wat gebeurt, kan ik echt wel iemand bereiken, zo dacht ik.”

Het liep anders.

Op een vrijdag in april kwam Klaas thuis van een ochtendje klussen bij de voetbalclub. Samen met een aantal collega-vrijwilligers had hij flink doorgewerkt om alles in orde te maken voor het jeugdtoernooi dat daar de volgende dag zou plaatsvinden. Hij besloot een douche te nemen, draaide de achterdeur op slot en ging naar boven. Maar nog voor hij zich had uitgekleed, ging het mis. Klaas ging onderuit in de badkamer. Dat was om 14.00 ’s middags.

“Ik had gauw genoeg door dat het flink mis was”, vertelt Klaas. “Mijn rechter knie werd direct dik en blauw. Aan die knie heb ik al vaker blessures gehad. Ook mijn rechter schouder en pols deden veel pijn. Daardoor lukte het me niet om overeind te komen. Toen bekroop me een gevoel van lichte paniek. Mijn mobiele telefoon lag beneden op het aanrecht en ik had de rest van de dag geen afspraken meer. Het zou tot de volgende ochtend duren voor iemand me ging missen.”

Helaas was dat precies wat er gebeurde. Door de pijn lukte het Klaas niet om zich te verplaatsen. Hij bracht de nacht noodgedwongen door op de badkamervloer, onder een handdoek die hij met veel pijn en moeite over zich heen wist te trekken. Het was een lange en koude nacht.

De volgende ochtend had hij zich om acht uur bij de voetbalclub moeten melden. Hij hoorde zijn telefoon een paar keer rinkelen en na poosje stond er iemand aan de deur. Weer wat later hoorde hij de achterdeur open gaan. Het was zijn zoon, gewaarschuwd door een bezorgde collega-vrijwilliger van de voetbalclub.

“Ik riep dat ik in de badkamer lag. Binnen twee tellen stond mijn zoon boven. Mán wat was ik blij om hem te zien, al voelde ik me op dat moment verschrikkelijk”, vertelt Klaas. Vooral de reactie van zijn zoon maakte diepe indruk op Klaas. “Hij was heel emotioneel. Die uitdrukking op zijn gezicht vergeet ik echt nooit meer. Ik schaamde me dat ik zo eigenwijs was geweest. Want als ik een personenalarm had gehad, was dit allemaal niet gebeurd. Dat was dus ook de eerste reactie van mijn dochter.”

Binnen een week na dit voorval hebben we bij Klaas een personenalarm geïnstalleerd. Sindsdien draagt hij de alarmzender dag en nacht, óók onder de douche. Want juist in de badkamer zit de kans op een ongeluk in een heel klein hoekje. Klaas kan dat beamen.